De basis: ISO, diafragma en sluitertijd

Als je gaat fotograferen kun je de instellingen op je camera op automatisch laten staan. Het fotograferen is dan simpelweg het indrukken van een klein knopje. Een camera biedt je alleen veel meer mogelijkheden waarmee je meer uit jouw foto’s kunt halen! En met een klein beetje basiskennis kun je er al voor zorgen dat je jouw foto’s een stuk professioneler maakt. Dat willen we natuurlijk allemaal! Hoog tijd om dus wat dieper in te gaan op de onderdelen van de belichtingsdriehoek: ISO, diafragma en sluitertijd.

Belichtingsdriehoek

Het begint allemaal met de belichtingsdriehoek. Deze bestaat uit de ISO, het diafragma en de sluitertijd van de camera. Samen bepalen deze elementen de belichting van de foto. Hoe deze ingesteld staan bepaalt dus hoe donker of licht een foto zal worden. Naast de samenwerking van deze elementen hebben zij ieder een ander effect op de foto wanneer de instellingen worden gewijzigd. Het diafragma regelt hoeveel licht er op de sensor valt, de sluitertijd hoe lang het licht op de sensor valt en de ISO hoe gevoelig de camera is voor deze hoeveelheid licht.

Het diafragma

Het diafragma zit in de lens van de camera ingebouwd en bepaalt hoe groot de opening van de lens is. Een lage diafragmawaarde betekent een grote opening (veel licht) en een hoge diafragmawaarde een kleine opening (weinig licht). Naast deze functie is het diafragma ook verantwoordelijk voor de scherptediepte van de foto. Dit is de grootte van het gebied dat scherp is voor en achter het onderwerp op de foto die je maakt. Een kleinere opening betekend een groter scherptediepte gebied en een grotere opening een kleine scherptediepte gebied.

Het diafragma kan je op verschillende manieren instellen. Zo staan in de AV-stand (op andere camera’s dan Canon is het A-stand) alle andere elementen al ingesteld, en hoef je enkel het diafragma zelf in te stellen. Dus als jij het diafragma hoger zet, dan past de camera de sluitertijd en ISO-waarden daarop aan. In de M-stand moet je alles zelf instellen, zo ook het diafragma.

Per foto is het weer verschillend hoe hoog het diafragma moet zijn. Om je een klein beetje opweg te helpen hebben we twee voorbeelden. Zo stel je bij portretfotografie het diafragma gemiddeld in op 4. Op die manier wordt de achtergrond heel wazig en ligt de focus op de persoon. Bij landschapsfotografie stel je het diafragma gemiddeld in op 11. Je krijgt daardoor al meer scherpte in de foto, maar je behoudt wel de diepte.

De sluitertijd

De sluitertijd is verantwoordelijk voor de klik die je hoort wanneer je een foto maakt. Wanneer je de foto afdrukt opent en sluit er een klein luikje. Dit zorgt ervoor dat er voor een vastgestelde tijd licht door de lens stroomt en de sensor van de camera bereikt. De sluitertijd wordt vaak weergegeven in fracties van seconden. Overdag heeft de camera ook niet meer tijd dan een fractie van een seconde nodig om een foto goed vast te leggen. De sluitertijd kun je dan laten staan op 1/250 of 1/1000 van een seconde. Fotografeer je bij schemer of met weinig licht, dan zal je camera een langere sluitertijd nodig hebben om een goede foto te maken. Door te spelen met de sluitertijd kun je er ook voor zorgen dat beweging haarscherp (korte sluitertijd) of juist vervaagd (lange sluitertijd) wordt vastgelegd. Hiernaast zie je een voorbeeld van snelle (rechts) en lange (links) sluitertijd!

Om sluitertijd in te kunnen stellen zet je jouw camera op de TV-stand, of voor andere camera’s dan Canon op de S-stand. Hierbij stel je alleen de sluitertijd in en past de rest van de instellingen automatisch op jouw gekozen sluitertijd aan. Als jij iets bewegends haarscherp wilt vastleggen, dan zet je de sluitertijd heel kort. Met een korte sluitertijd komt er bijna geen licht in de camera binnen. De andere elementen worden daarom veel hoger gezet, zodat er meer belichting in de camera komt.  

ISO-waarde

De ISO-waarde regelt de lichtgevoeligheid van de camera. Bij een lage ISO-waarde (100) is de camera minder gevoelig voor licht dan wanneer je een hoge ISO-waarde (1600) hebt ingesteld. Dat wil zeggen dat je bij een lage ISO-waarde meer licht nodig hebt dan bij een hoge ISO-waarde. Wil je in het donker foto’s maken? Dan kun je dit dus het beste doen met een hogere ISO-waarde. Let wel op! Met een te hoge ISO-waarde komt er namelijk snel ruis in een foto!

Om de ISO-waarde in te stellen gebruik je de M-stand. In de stand moet ook de sluitertijd en diafragma ingesteld worden, maar aan de hand daarvan kan je de ISO-waarden instellen.

De foto’s die je gaat maken met deze tips verdienen zeker een plekje op deze kalender !