Als je gaat fotograferen kun je de instellingen op je camera op automatisch laten staan — dan is fotograferen simpelweg een knopje indrukken. Maar een camera biedt veel meer mogelijkheden waarmee je meer uit je foto's kunt halen. Met een klein beetje basiskennis maak je je foto's al een stuk professioneler. Hoog tijd om dieper in te gaan op de belichtingsdriehoek: ISO, diafragma en sluitertijd.
Belichtingsdriehoek
De belichtingsdriehoek bestaat uit ISO, diafragma en sluitertijd. Samen bepalen deze elementen de belichting van de foto. Het diafragma regelt hoeveel licht er op de sensor valt, de sluitertijd hoe lang het licht op de sensor valt, en de ISO hoe gevoelig de camera is voor die hoeveelheid licht.
Het diafragma
Het diafragma zit in de lens en bepaalt hoe groot de opening is. Een lage diafragmawaarde betekent een grote opening (veel licht), een hoge waarde een kleine opening (weinig licht). Het diafragma bepaalt ook de scherptediepte: een grotere opening geeft een kleinere scherptediepte, een kleinere opening een grotere scherptediepte. Bij portretfotografie stel je het diafragma gemiddeld in op 4 (wazige achtergrond, focus op de persoon), bij landschapsfotografie op 11 (meer scherpte, met behoud van diepte).
De sluitertijd
De sluitertijd bepaalt hoelang er licht door de lens op de sensor valt. Overdag is een fractie van een seconde genoeg (1/250 of 1/1000). Bij weinig licht is een langere sluitertijd nodig. Met een korte sluitertijd leg je beweging haarscherp vast, met een lange sluitertijd juist vervaagd.
ISO-waarde
De ISO-waarde regelt de lichtgevoeligheid van de camera. Bij een lage ISO-waarde (100) is de camera minder gevoelig voor licht dan bij een hoge waarde (1600) — handig als je in het donker fotografeert. Let wel op: een te hoge ISO-waarde geeft snel ruis in de foto.
Aan de slag
Met deze basiskennis van diafragma, sluitertijd en ISO haal je meer uit je foto's. Verdienen ze een mooi plekje? Bewaar ze in een kalender of fotoboek bij Het Fotoalbum.